Korenmolen de Eendracht


Het Maalproces.

Hieronder is het maalproces in de molen schematisch weergegeven.

Schema maalproces

Het Maalproces op de wind

Voordat het graan in een korenmolen gemalen kan worden, vindt er een ingewikkelde procedure plaats. Op de eerste plaats moet ervoor gezorgd worden dat de molen recht op de wind staat, zodat de wind recht op de wieken waait. Hiervoor moet de molenaar de hele kap van de molen, compleet met wieken, bovenas, bovenwiel en vang (reminstallatie) verdraaien (het zogenaamde kruien). Dit doet hij met behulp van een rad of een lier onderaan de molen. Deze lier is vastgemaakt aan een zware houten staart, welke laatste weer aan de kap is bevestigd.


Het kruien van de molen

Het weer inschatten.

De volgende stap is het inschatten van de weerssituatie en het kiezen van de juiste zeilvoering. Hoe zachter het waait des te verder moeten de zeilen uitgerold worden op de wieken. Dit is dan ook meteen de volgende klus.
Verandert de wind van sterkte dan moet de molenaar "zwichten" (de zeilvoering aanpassen aan de nieuwe situatie).




Het opzeilen van de wieken

Als de molen na het loshalen van de rem (in molenaarstermen "het lichten van de vang") dan eenmaal draait, kan de molenaar binnen aan de slag. Eerst worden met behulp van het luiwerk (de hijsinstallatie) de zakken graan omhoog getakeld en in het kaar (opslagtrechter boven de molenstenen) gestort. Dan worden de stenen bijgezet; dat wil zeggen de bovenste draaiende steen (de loper) wordt neergelaten op de stilliggende onderste steen (de ligger). Daartussen worden de graankorrels dan gebroken en uiteindelijk gemalen.





Het lichten van de vang

Een verdieping lager staat de molenaar aan de licht (afstelinrichting voor de onderlinge afstand tussen de stenen) en regelt continu de de grofheid of fijnheid van het meel. Als het meel in de zakken zit en afgewogen is, vindt het transport naar de afnemer plaats. De taak van de molenaar zit er dan op. Tussendoor zorgt de molenaar dan nog voor het klein onderhoud, zoals het smeren van de lagers. Ook moet hij voortdurend het weer in de gaten houden en zo nodig de zeilen verder op- of uitrollen.


De licht

Bij windstil weer werd in vroeger tijden aan groot onderhoud gedaan, zoals schilderen en de maalstenen scherpen (het billen).

Met de meeste korenmolens in Nederland wordt slechts nog sporadisch op de oude ambachtelijke wijze graan gemalen, dat bestemd is voor brood en veevoeders. Het malen voor bakkers schept grote verplichtingen, zoals een te handhaven kwaliteit en een continue levering. Dit is voor een vrijwillig molenaar meestal niet weggelegd, daar hij meestal maar één dag van de week op de molen staat. Bovendien waait het op de helft van die dagen nog niet stevig genoeg om met de molen te kunnen malen.

De meeste molens draaien daarom meestal "voor de prins". Dit laatste is een uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) overgebleven uitdrukking. Als een stad langdurig belegerd werd, liet men de molens gewoon draaien, ofschoon er allang geen graan meer was. Het volk leed dan wel honger, maar het psychologisch effect op de Spanjaarden was groot: zij dachten dat er in de stad voldoende graan (en dus eten) was, omdat de molens immers draaiden!


Het Billen van de molensteen





Het maalproces




Zakken met het eindprodukt