Korenmolen de Eendracht



TRASMOLEN "DE EENDRACHT"
RAADHUISSTRAAT, AARLANDERVEEN-LAGE ZIJDE
(NU ALPHEN AAN DEN RIJN)
    

Aarlanderveen - De alom zoo bekende trasmolen "de Eendracht", die sinds het begin der 17e eeuw ettelijke centenaren trassteenen tot gruis stampte en die vooral aan den Rijnkant zulk een schilderachtige aanblik bood, valt dezer dagen helaas in sloopershanden.
       

       Ouderdom en daarmede gepaard gaand verval van krachten eenerzijds en de grootere eischen, die aan het bedrijf gesteld worden, anderzijds, deden den eigenaar, den heer J. van Borssum Waalkes, besluiten tot afbraak. Aanstaanden Maandag wordt hiermede begonnen en zal de oude molen plaats gaan maken voor zijn opvolger, die een meer onafhankelijke, hoewel niet zoo hooge positie zal innemen. Deze zal nl. ook zonder wind zijn werk kunnen verrichten, daar hij tot zijn beschikking zal hebben een flinken, krachtigen gasmotor en verschillende andere machines, die den eigenaar in staat zullen stellen aan belangrijke orders onmiddellijk uitvoering te geven, ook al zou het in geen maanden waaien.
       

        Dat de slooping, een gevaarlijk werk, zonder ongelukken moge ten einde worden gebracht en de nieuwe installatie spoedig verrijze, den ondernemenden eigenaar tot voorspoed!
       

        De Rijnbode, 3 augustus 1902

De aloude windenergie voldoet niet meer. De molen wordt afgebroken en vervangen door een moderne werkplaats, met een dito gasmotor en andere nieuwe machinale snufjes. Het gebeurt overal in Nederland aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw. Molens zijn ouderwets, hebben een te kleine productie, zeker als je het afzet tegen de hoeveelheid arbeid die de molenaars en hun knechten moeten verrichten, en als het niet waait heb je echt een probleem. Daarom wordt er ook 's nachts gemalen — als er wind is. Zware arbeid; niet voor niets hangt in menig molen het volgende rijmpje: "Het molenaarsleven heeft God ons gegeven, maar 't malen bij nacht heeft de duivel bedacht."

Bovenstaand krantenartikel gaat niet over onze korenmolen De Eendracht, maar over zijn illustere naamgenoot, een trasmolen die aan de andere kant van de Oude Rijn al sinds 1646 zijn omwentelingen maakte. De molen stond aan wat nu de Raadhuisstraat is, tegenover Park Rijnstroom, aan de Lage Zijde, en dat hoorde vroeger bij Aarlanderveen. De molen begon zijn leven echter als zaagmolen. Zaagmolens staan meestal aan een belangrijk water, belangrijk voor de aanvoer van de boomstammen en het "wateren" van diezelfde stammen. Het "wateren" betrof het (soms jarenlang) laten liggen van de stammen in het water, om het hout te laten uitwerken. Als men dat niet deed, dan trokken de planken later te gemakkelijk krom.

In de loop van de jaren nam waarschijnlijk de vraag naar gezaagd hout af. Men bouwde steeds meer in steen en steeds minder in hout. De vraag naar tras (een ingrediënt voor mortel) nam daarentegen toe. Tras is fijngemalen tufsteen, en die tufsteen werd voornamelijk ingevoerd uit Duitsland. Dit geschiedde vaak via Dordrecht, dat als draaischijf in de tufsteenhandel fungeerde. De Dordtse tras werd gemaakt van tufsteen uit de omgeving van Andernach, en had een goede naam. Het is dus niet verwonderlijk dat als houtzaagmolen De Eendracht in het midden van de achttiende eeuw in het bezit komt van enige Dordtenaren, de molen omgebouwd wordt voor het stampen van tufsteen tot tras. De tras werd dan verder verwerkt tot mortel door toevoeging van kalk en zand. Deze mortel had een belangrijke eigenschap: hij liet geen water door, en werd dan ook veel gebruikt in kelders en de eerste decimeters van de muur boven de grond, tegen het optrekkend vocht.

De per schip aangevoerde blokken tufsteen werden eerst door de arbeiders met mokers bewerkt, waarna de kleinere brokken met stampers verder tot gruis gestampt werden. Op andere trasmolens volgde dan nog een bewerking: het gruis werd onder kantstenen in een kollergang nog fijner gewalst. Deze laatste bewerking bleef op De Eendracht achterwege, wat volgens velen de kwaliteit van de tras ten goede kwam. De tras van De Eendracht stond dan ook hoog aangeschreven.

Overigens is op enig moment ook snuiftabak geproduceerd op de molen; sommige werktuigen uit die tak van industrie hebben nog lang werkeloos op een zolder van de molen gelegen.
    


Trasmolen De Eendracht aan de Oude Rijn
    

Foto's uit de negentiende eeuw laten een fiere achtkante stellingmolen zien, geplaatst op een vierkant onderhuis. De molen is omringd door bedrijfsgebouwen. Als echter aan het einde van de negentiende eeuw ook in Nederland het portlandcement gemeengoed begint te worden in de bouw, wordt de tras verdrongen. De laatste eigenaar J. van Borssum Waalkes probeert eerst met de modernisering van het productieproces de molen rendabel te houden. De molen wordt onttakeld en een gasmotor wordt geïnstalleerd. Wat er van de molen zelf na 1902 over is, is ontluisterend: slechts het vierkante onderhuis, met daarop een eenvoudig zadeldak. Op de dakrand staat nog geschilderd "Trasmolen De Eendracht". Een molen, slechts in naam. Tien jaar later verkoopt hij de molen aan kalkbrander Clant uit Oudshoorn. In 1954 wordt tenslotte dat wat van de molen nog over is, gesloopt voor de villa met de toepasselijke naam Tras, die er nu nog staat. Toch is die naam niet alles, wat er van De Eendracht over is. Als we goed kijken, zien we voor de villa een muurtje met daar achter een soort grote bloembak. Dat muurtje... dat is inderdaad het laatste overblijfsel van het onderhuis van trasmolen De Eendracht.
    


Villa Tras heden ten dage, met het muurtje in de tuin (bron: Google StreetView)
    

Dat de laatste alinea van het krantenartikel waarmee dit verhaal begint niet slechts pro forma door de journalist was toegevoegd, getuige een ander bericht in De Rijnbode, 24 augustus 1902:
    

Lage zijde - Bij het amoveeren van den trasmolen "de Eendracht" alhier, viel Vrijdagmiddag een zware balk op de daarnaast staande woonhuizen, waarvan een groot gat in het dak het gevolg was. Een der werklieden liep daarbij eenige verwonding op.
    

Laten we hopen dat het daarbij gebleven is.
    

Bronnen: De Viersprong, 14e jaargang, nr. 51 (mei 1997); online krantendatabase van Groene Hart Archieven